ECLI:NL:CRVB:2005:AT3532
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan procesbelang bij besluit vermogen
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin zijn beroep tegen het besluit van 21 mei 2002 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Appellant wilde zich verzetten tegen vermeende rancuneuze gedragingen van ambtenaren die zouden leiden tot uitsluiting van de arbeidsmarkt en het stopzetten van bemiddeling door het Centrum voor werk en inkomen.
De Raad constateert echter dat deze gedragingen niet gerelateerd zijn aan het besluit van 21 mei 2002, dat specifiek betrekking heeft op de verplichting van appellant om zijn aanspraak op vermogen op korte termijn geldend te maken. Hierdoor ontbreekt het procesbelang voor het beroep tegen dit besluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Utrecht en ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd op 5 april 2005 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.