ECLI:NL:CRVB:2005:AT3596
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid
Appellant werd wegens rugklachten na een val van een paard arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100% vanaf december 1999. Na een verzekeringsgeneeskundige herbeoordeling in 2000 werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor functies met beperkte knie- en rugbelasting, wat leidde tot een herziening van de uitkering naar 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar de bezwaarverzekeringsarts bevestigde de conclusie van de primaire verzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het rapport van een neuroloog doorslaggevend was. De Raad onderschreef dit oordeel en vond geen reden om de deskundige te vervangen door een orthopedisch chirurg.
De Raad concludeerde dat appellant met de voorgestelde werkzaamheden een passend inkomen kan verdienen en bevestigde daarmee de herziening van de WAO-uitkering. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.