ECLI:NL:CRVB:2005:AT3599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep fictieve weigering en afwijzing WAO-uitkering wegens niet vervulde wachttijd
Appellant, voormalig meewerkend voorman groenvoorziening, werd wegens reorganisatie ontslagen en ontving wachtgeld. Hij werkte daarna in een familiebedrijf en werd per 2 februari 1998 ziek gemeld. Gedaagde weigerde op 28 juni 2001 een WAO-uitkering toe te kennen vanwege het niet vervullen van de wachttijd.
Appellant stelde beroep in tegen de fictieve weigering en het besluit van 29 april 2002, maar de rechtbank verklaarde het beroep tegen de fictieve weigering niet-ontvankelijk omdat het bezwaar inmiddels was afgehandeld en het beroep tegen het besluit ongegrond wegens juiste vaststelling van belastbaarheid.
In hoger beroep werd betwist of de rechtbank terecht oordeelde. De Raad overwoog dat appellant geen schade door de niet-tijdige beslissing aannemelijk had gemaakt en bevestigde het oordeel over de niet-ontvankelijkverklaring. Medische rapporten toonden aan dat er op de datum in geding geen sprake was van relevante heupklachten, waardoor het besluit tot weigering van de WAO-uitkering terecht was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de fictieve weigering en verklaart het beroep tegen de weigering van de WAO-uitkering ongegrond.