ECLI:NL:CRVB:2005:AT3677
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf 14 oktober 1998 een bijstandsuitkering als alleenstaande, die werd beëindigd per 22 maart 1999 vanwege werkaanvaarding. Uit informatie van de Belastingdienst bleek dat appellant van 28 oktober 1998 tot 14 februari 1999 een Ziektewetuitkering ontving, welke niet aan het College van burgemeester en wethouders was gemeld. Dit leidde tot een onderzoek en herziening van het recht op bijstand, met terugvordering van teveel ontvangen bijstand.
Appellant stelde dat hij telefonisch had gemeld arbeidsongeschikt te zijn en dat hem was gezegd verder niets te hoeven doen, maar deze stelling werd niet bevestigd door stukken of erkend door gedaagde. De Raad oordeelde dat appellant de schriftelijke inlichtingenverplichting niet was nagekomen door onjuiste of ontkennende antwoorden op de formulieren.
De Raad vond dat de herziening en terugvordering terecht waren, omdat de niet-nakoming van de inlichtingenverplichting had geleid tot een te hoge bijstandsuitkering. Er waren geen dringende redenen om van herziening of terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting.