ECLI:NL:CRVB:2005:AT3784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag na 18e verjaardag jongste kind in Marokko woonachtige appellant
Appellant, woonachtig in Marokko en ontvanger van een WAO-uitkering, werd door de Sociale verzekeringsbank geïnformeerd dat hij vanaf het vierde kwartaal van 2001 geen recht meer heeft op kinderbijslag omdat zijn jongste kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Appellant stelde bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat hij kinderbijslag aanvraagt voor kinderen die nog studeren.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat op grond van de geldende overgangsregeling in artikel 27, lid 1, van KB 746, het recht op kinderbijslag eindigt zodra het jongste kind 18 jaar wordt. Aangezien het jongste kind van appellant op 25 september 2001 18 jaar werd, kon appellant geen aanspraak meer maken op kinderbijslag.
De Raad vond geen gronden om af te wijken van deze regeling en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd in het openbaar gegeven door rechter H.J. Simon op 1 april 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 2001 omdat het jongste kind van appellant 18 jaar is geworden.