ECLI:NL:CRVB:2005:AT3822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing eerdere ingangsdatum WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs onafgebroken arbeidsongeschiktheid sinds 1990
Appellant, slachtoffer van een roofoverval in 1990, vordert een WAO-uitkering met ingang van die datum wegens een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) kende hem een uitkering toe vanaf 4 april 2001, wat door appellant werd bestreden. De rechtbank Breda vernietigde een eerder besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde uiteindelijk de ingangsdatum.
De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen sprake was van onafgebroken arbeidsongeschiktheid langer dan een jaar vóór 28 maart 2000. Appellant overlegt een psychiatrisch rapport, maar dit bevat geen stellingname over arbeidsongeschiktheid vanaf 1990. Bovendien blijkt uit eerdere ziekmeldingen en hersteldverklaringen dat appellant in de jaren 1992 en 1993 niet onafgebroken arbeidsongeschikt was.
De Raad stelt vast dat appellant vanaf 1999 als postbesteller werkte en dat de psychische beperkingen niet zodanig ernstig waren dat geen functies konden worden geselecteerd. Daarom is er geen grond voor een eerdere ingangsdatum van de WAO-uitkering. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WAO-uitkering met ingang van 1990 wegens onvoldoende bewijs van onafgebroken arbeidsongeschiktheid.