ECLI:NL:CRVB:2005:AT3863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijk aansprakelijkheid op grond van artikel 16a CSV voor niet-betaalde premies
Appellante werd op grond van artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor premies die [naam B.V.] niet had afgedragen over werkzaamheden die haar werknemers in 1998 voor appellante verrichtten. [naam B.V.] was inmiddels failliet en in gebreke gebleven bij de premieafdracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze aansprakelijkstelling ongegrond. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde. De Raad oordeelde dat de relatie tussen appellante en [naam B.V.] kwalificeert als inlening van personeel, waardoor appellante aansprakelijk is voor de premies.
De Raad vond geen aanleiding om aan te nemen dat sprake was van aanneming van werk, noch dat de aansprakelijkheid onredelijk was. Ook het verweer dat bestuurders van [naam B.V.] aansprakelijk zouden zijn, werd verworpen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het bestreden besluit werd bevestigd en het beroep afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellante voor de niet-betaalde premies van [naam B.V.]