ECLI:NL:CRVB:2005:AT3871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht freelance kok in privaatrechtelijke dienstbetrekking bevestigd
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de freelance kok zijn werkzaamheden als zelfstandige ondernemer verrichtte, zonder gezagsverhouding en met grote zelfstandigheid, waaronder het bereiden van koude gerechten en het thuis uitvoeren van werkzaamheden. De Raad oordeelde dat voor het aannemen van een privaatrechtelijke dienstbetrekking drie voorwaarden gelden: gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsplicht en loonbetaling.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat deze voorwaarden zijn vervuld. Ondanks de zelfstandigheid in de uitvoering, was sprake van een gezagsverhouding doordat werkopdrachten werden gegeven door een vennoot en chefkok, en deze moesten worden opgevolgd. De persoonlijke arbeidsplicht was eveneens aanwezig, ook al assisteerde de echtgenote van de kok soms.
Het uurtarief werd gezien als loon voor de verrichte arbeid. De Raad verwierp het beroep op zelfstandig ondernemerschap als exclusieve factor en bevestigde dat de kok verzekeringsplichtig is op grond van artikel 3 van Pro de sociale werknemersverzekeringswetten. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd niet aan de orde geacht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de freelance kok onder een privaatrechtelijke dienstbetrekking valt en verzekeringsplichtig is.