ECLI:NL:CRVB:2005:AT3946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- S.H. Peper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sanctie blijvende weigering WW-uitkering en terugvordering ondanks termijnoverschrijding
Appellant werd bij besluit van 27 april 1999 gesanctioneerd met een blijvende en gehele weigering van zijn WW-uitkering over januari 1995, en terugvordering van een bedrag van circa €9.200. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat de sanctie niet meer opgelegd kon worden vanwege de lange duur van de besluitvorming en procedure, en dat er sprake was van schending van artikel 6 EVRM Pro.
De Raad overwoog dat de bezwaarschriftprocedure was opgeschort op verzoek van appellant zelf, waardoor de vertraging voor zijn rekening kwam. De resterende procedure van ruim drie jaar werd als redelijk beschouwd. De Raad concludeerde dat geen overschrijding van de redelijke termijn had plaatsgevonden en dat de sanctie terecht was opgelegd.
De Raad wees het verzoek tot matiging van de sanctie en vergoeding van immateriële schade af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 maart 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de sanctie en wijst het beroep van appellant af.