ECLI:NL:CRVB:2005:AT3954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen verder gingen dan door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) was aangenomen, waardoor zij volledig arbeidsongeschikt zou zijn. Ter onderbouwing overhandigde zij rapporten van een neuroloog en een orthopedisch chirurg.
De Raad overwoog dat het belastbaarheidspatroon van september 2000, vastgesteld door verzekeringsartsen en toegepast op de datum van 19 april 2002, niet was overschat. Hoewel appellante niet geschikt was voor haar oude functie als schadebehandelaar, was zij wel in staat tot andere functies die door de arbeidsdeskundige waren voorgesteld.
De door appellante overgelegde medische rapporten zagen niet specifiek op de datum van beoordeling en richtten zich vooral op haar beperkingen bij haar oude werkzaamheden. De Raad vond geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en achtte het bestreden besluit rechtsgeldig. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65% wordt bevestigd.