ECLI:NL:CRVB:2005:AT3972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch. J.G. Olde Kalter
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens gelijkblijvende psychische klachten
Appellant verzocht om een ziekengelduitkering naar aanleiding van ziekmelding op 9 november 2001. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering omdat appellant op en na die datum niet wegens ziekte of gebrek arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep werd betoogd dat er sprake was van een verslechtering van de psychische klachten, onderbouwd met rapporten van een klinisch psycholoog/psychotherapeut.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch oordeel van de bezwaarverzekeringsarts, die geen toename van lichamelijke of psychische klachten constateerde sinds 1 oktober 2001, doorslaggevend was. Het oordeel van de klinisch psycholoog/psychotherapeut werd verworpen omdat dit voornamelijk was gebaseerd op subjectieve klachtenpresentatie en niet specifiek betrekking had op de relevante datum 9 november 2001.
Daarnaast werden de diagnoses van organo psycho syndroom en grand mal epilepsie niet ondersteund door overige medische gegevens. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld wordt bevestigd.