ECLI:NL:CRVB:2005:AT3974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd verlaagd van 80-100% naar 35-45%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad overwoog dat de beschikbare medische gegevens voldoende waren om een verantwoord oordeel te vellen over de gezondheidstoestand van appellante op de datum van het besluit. De eigen niet-medisch onderbouwde mening van appellante werd niet zwaarwegend geacht. In hoger beroep werden geen nieuwe feiten of argumenten aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden en ziet geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak van de rechtbank Breda wordt derhalve bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.