ECLI:NL:CRVB:2005:AT4060
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en restverdiencapaciteit bij WAO-uitkering schoonmaker met longklachten
Gedaagde, werkzaam als schoonmaker, viel uit wegens benauwdheidsklachten en allergie voor huisstofmijt. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering, maar kende deze later toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege bezwaren tegen de arbeidskundige onderbouwing van de restverdiencapaciteit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld en dat de arbeidskundige berekening van de restverdiencapaciteit, inclusief toepassing van de reductiefactor uit het Besluit uurloonschatting, een redelijke en juiste invulling geeft aan de omvang van de maatmanfunctie. De Raad acht het beroep van gedaagde ongegrond en vernietigt het eerdere vonnis.
De Raad benadrukt dat de gekozen methode voldoende recht doet aan de beperkingen van gedaagde en dat geen nieuwe medische informatie is aangevoerd die aanleiding geeft tot herziening van de belastbaarheid. Het besluit van 3 oktober 2001 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering blijft in stand.