ECLI:NL:CRVB:2005:AT4063
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering verhoging WAO-uitkering bij achillespeesklachten
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg waarin het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om de WAO-uitkering van gedaagde niet te verhogen, werd vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.
Gedaagde ontvangt sinds 1996 een WAO-uitkering van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid vanwege klachten waaronder het chronisch vermoeidheidssyndroom. In 2000 meldde hij zich met achillespeesklachten die tot vermeende toename van arbeidsongeschiktheid zouden leiden. Het UWV handhaafde het bestaande uitkeringspercentage.
De rechtbank vond onvoldoende motivering voor het ontbreken van een oorzakelijk verband tussen het vermoeidheidssyndroom en de peesklachten. In hoger beroep heeft het UWV aanvullend commentaar van een bezwaarverzekeringsarts ingediend, die concludeerde dat de achillespeesontsteking mogelijk een voorbijgaande bijwerking van medicatie was, zonder toegenomen beperkingen.
De Raad concludeert dat het UWV voldoende gelegenheid heeft gehad om te reageren en dat de medische gegevens onvoldoende aanwijzingen bevatten om het standpunt van het UWV te betwijfelen. De achillespeesklachten zijn van voorbijgaande aard en leiden niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De WAO-uitkering wordt niet verhoogd omdat de achillespeesontsteking van voorbijgaande aard is en niet leidt tot toegenomen beperkingen.