ECLI:NL:CRVB:2005:AT4090

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/58 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • C.G. Kasdorp
  • G.L.M.J. Stevens
  • H.R. Geerling-Brouwer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945Art. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Centrale Raad van Beroep vernietigt weigering vergoeding Lactacyd Derma Wasemulsie

Eiser, een vervolgingsslachtoffer, had bij verweerster een vergoeding gevraagd voor medicijnen die verband houden met zijn aan de vervolging gerelateerde klachten. Verweerster had de vergoeding van bepaalde medicijnen geweigerd, waaronder Lactacyd Derma Wasemulsie en Heel Arthobase Caps 300 mg. Na bezwaar en advies van een geneeskundig adviseur werden sommige kosten alsnog vergoed, maar de vergoeding voor Heel Arthobase Caps 300 mg bleef geweigerd omdat dit middel als voedingssupplement werd aangemerkt.

Eiser stelde beroep in tegen het besluit van 28 november 2003. De Raad oordeelde dat verweerster haar standpunt over Lactacyd Derma Wasemulsie had gewijzigd en dat de weigering om dit middel te vergoeden daarom niet in stand kon blijven. De weigering voor Heel Arthobase Caps 300 mg werd bevestigd omdat het middel niet als medicijn maar als voedingssupplement wordt beschouwd, ondanks voorschrift door huisarts en vergoeding door particuliere ziektekostenverzekeraar.

De Raad veroordeelde verweerster in de proceskosten van eiser en bepaalde dat het griffierecht aan eiser wordt vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het de vergoeding van Lactacyd Derma Wasemulsie betreft en ongegrond voor het overige.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de vergoeding van Lactacyd Derma Wasemulsie en ongegrond voor het overige; het besluit wordt op dat punt vernietigd.

Uitspraak

04/58 WUV
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij besluit van 28 november 2003, kenmerk JZ/U80/2003/960, heeft verweerster ten aanzien van eiser uitvoering gegeven aan de Wet uitkering vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).
Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. In een beroepschrift met bijlagen heeft eiser aangegeven waarom hij zich niet met het bestreden besluit kan verenigen.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld ter zitting van de Raad op 17 februari 2005, alwaar eiser in persoon is verschenen, terwijl verweerster zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. MOTIVERING
Eiser, geboren op [geboortedatum], is vervolgde in de zin van de Wet. Verweerster heeft aanvaard dat de bij eiser aanwezige psychische klachten en knie-, been- en leverklachten in verband staan met de door hem ondergane vervolging. Bij besluit van 30 november 1984 heeft de rechtsvoorganger van verweerster aan eiser onder meer een vergoeding toegekend van de kosten verbonden aan de door de behandelend geneesheer voorgeschreven medische behandeling en medicijnen met betrekking tot beenklachten en nerveuze klachten voor zover deze kosten niet op een andere wijze worden gedekt.
In juni 2003 heeft eiser bij verweerster medicijnen met betrekking tot de periode december 2002 tot en met mei 2003 gedeclareerd tot een totaal bedrag van € 901,93. Naar aanleiding van deze declaratie heeft verweerster, onder toezegging dat over de rekening van de [naam apotheek] van 1 februari 2003 betreffende een bedrag van € 396,66 een nieuwe beoordeling zal worden gemaakt, bij betalingsbeschikking van 1 juli 2003 € 252,31 betaalbaar gesteld. Naar blijkt uit de bij deze betalingsbeschikking behorende brief van gelijke datum heeft verweerster de kosten verbonden aan de middelen VSM Causticum MK Gran, VSM Natrium Muriat D30 Gran en Heel Arthobase Caps 300 mg niet vergoed.
Eiser heeft daartegen - onder overlegging van een brief van zijn huisarts - bezwaar gemaakt op de grond dat de medicijnen wel degelijk zijn voorgeschreven in verband met de bij hem bestaande, als causaal aanvaarde klachten. Tevens heeft eiser in zijn bezwaarschrift aangegeven dat hij ten onrechte het middel VSM Natrium Muriat D30 Gran heeft gedeclareerd nu dat een middel tegen koortsuitslag betreft.
Naar aanleiding van het bezwaar en ter beoordeling van de hier boven genoemde declaratie van de rekening van de [naam apotheek] van 1 februari 2003, heeft verweerster de geneeskundig adviseur, A.J. Maas, verzocht haar te adviseren ter zake van de door eiser gedeclareerde middelen: VSM Causticum MK Gran, Heel Arthobase Caps 300 mg, Lactacyd Derma Wasemulsie, VSM Silicea en VSM Arnica.
Bij het thans bestreden besluit van 28 november 2003 heeft verweerster eisers bezwaren inzake de middelen VSM Causticum MK Gran, VSM Silicea en VSM Arnica gegrond verklaard en hem alsnog een bedrag van € 89,77 vergoed. Ook heeft verweerster het bezwaar van eiser met betrekking tot de Lactacyd Derma Wasemulsie gegrond verklaard en hem alsnog een bedrag van € 155,76 vergoed en daarbij bepaald dat dit middel in het vervolg niet meer zal worden vergoed. Verweerster heeft het bezwaar van eiser inzake het middel Heel Arthobase Caps 300 mg ongegrond verklaard, omdat dit middel blijkens de informatie van de fabrikant wordt aangemerkt als een voedingssupplement.
Naar aanleiding van hetgeen eiser in beroep heeft aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.
De Raad stelt allereerst vast dat verweerster in haar verweerschrift van 22 maart 2004 het nadere standpunt heeft ingenomen dat de kosten met betrekking tot het middel Lactacyd Derma Wasemulsie alsnog moeten worden aangemerkt als kosten in de zin van artikel 20 van Pro de Wet. Dit houdt dus in dat eisers kosten voor dat middel in het vervolg door verweerster zullen worden vergoed. Aangezien verweerster met dat nadere standpunt terug is gekomen van haar beslissing zoals verwoord in het bestreden besluit, kan dit besluit op dat punt niet in stand blijven en dient het in zoverre te worden vernietigd.
Ten aanzien van verweersters weigering om voor het middel Heel Arthobase Caps 300 mg een vergoeding toe te kennen, overweegt de Raad als volgt. Blijkens de stukken heeft de geneeskundig adviseur van verweerster geoordeeld dat het hier bedoelde middel tot de groep van de voedingssupplementen behoort en niet tot de groep van de (homeo-pathische) medicijnen. De geneeskundig adviseur heeft zich daarbij gebaseerd op de informatie zoals door de fabrikant van het middel Heel Arthobase Caps 300 mg wordt verstrekt. De Raad heeft geen aanknopingspunten gevonden om het oordeel van de geneeskundig adviseur voor onjuist te houden. Dat het hier bedoelde middel door de huisarts van eiser is voorgeschreven, en het middel kennelijk door een particuliere ziektekostenverzekeraar wel wordt vergoed, kan aan het voorafgaande niet afdoen, omdat het middel daardoor niet van karaktereigenschap verandert.
In het vorenstaande vindt de Raad aanleiding verweerster op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 9,90 aan reiskosten.
Gelet op het voorgaande wordt beslist als volgt.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het beroep gegrond voor zover het is gericht tegen verweersters handhaving van de weigering om in het vervolg de kosten van het middel Lactacyd Derma Wasemulsie te vergoeden;
Vernietigt het bestreden besluit in zoverre;
Verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
Veroordeelt verweerster in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 9,90, te betalen door de Pensioen- en Uitkeringsraad;
Bepaalt dat de Pensioen- en Uitkeringsraad aan eiser het door hem betaalde griffierecht van € 27,- vergoedt.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter, en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling-Brouwer als leden in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Dissel-Singhal als griffier en uitgesproken op 31 maart 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) A.D. van Dissel-Singhal.