ECLI:NL:CRVB:2005:AT4151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering en terugvordering te veel ontvangen uitkering
Appellant verzocht om een WAO-uitkering, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd geweigerd omdat hij op de peildatum 3 augustus 1999 minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigt het standpunt van het Uwv dat appellant geschikt was voor bepaalde functies, ondanks beperkingen, en dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg. De medische beoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd als voldoende onderbouwd beschouwd.
Appellant stelde dat de procedure onredelijk lang duurde, maar de Raad oordeelde dat de termijn binnen redelijke grenzen bleef volgens artikel 6 EVRM Pro. Ook het hoger beroep tegen de terugvordering van te veel ontvangen WAO-uitkering werd afgewezen, omdat geen dringende redenen bestonden om van terugvordering af te zien.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraken en wees het hoger beroep af. De functies die als passend werden beschouwd, vertoonden geen overschrijding van functiebelasting, waardoor het besluit tot weigering en terugvordering rechtmatig bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering en de terugvordering van te veel ontvangen uitkering.