ECLI:NL:CRVB:2005:AT4153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering ondanks fout uitvoeringsorgaan
Appellant ontving een WAO-uitkering die vanaf 11 januari 2000 zowel aan hem als aan zijn werkgever werd betaald, terwijl de werkgever op die dag failliet werd verklaard. De uitkering werd onverschuldigd dubbel betaald over de periode 11 tot en met 31 januari 2000.
De Raad oordeelt dat de betaling aan de werkgever, krachtens een machtiging van appellant, eveneens als betaling aan appellant moet worden beschouwd. Hierdoor bestond er een verplichting tot terugvordering van het bedrag van € 587,29.
Hoewel appellant stelde dat hij pas na twee jaar van de dubbele betaling op de hoogte werd gesteld en dat hij mocht vertrouwen op een correcte afhandeling, acht de Raad dit geen dringende reden om terugvordering te weigeren. De fout van het uitvoeringsorgaan en de late mededeling zijn onvoldoende om terugvordering te voorkomen.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en handhaaft de terugvordering, verwijzend naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat dringende redenen alleen kunnen bestaan uit onaanvaardbare gevolgen voor de verzekerde, niet uit fouten van het uitvoeringsorgaan.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd ondanks de fout van het uitvoeringsorgaan.