ECLI:NL:CRVB:2005:AT4166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid met correcte arbeidskundige en medische onderbouwing
In deze zaak gaat het om de herziening van een WAO-uitkering van gedaagde, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) het percentage arbeidsongeschiktheid heeft verlaagd van 80% of meer naar 35-45%. Gedaagde maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en het Uwv opdroeg een nieuw besluit te nemen. Het Uwv ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep heeft het eerdere vonnis vernietigd en het beroep van gedaagde alsnog ongegrond verklaard. De Raad oordeelde dat de arbeidskundige benadering, waaronder de toepassing van de bandbreedtemethode en de indexering van het maatmaninkomen, correct was toegepast. De functies waarop de schatting was gebaseerd voldeden aan de wettelijke criteria, en de wijzigingen in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten werden juist geïnterpreteerd.
Wat betreft de medische beoordeling stelde de Raad vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de belastbaarheid van gedaagde correct was vastgesteld. De door gedaagde aangevoerde beperkingen, waaronder psychische en nekklachten, waren onvoldoende onderbouwd met medische verklaringen. De Raad verwierp de stelling dat de functies niet passend zouden zijn bij de vermeende beperkingen.
Uiteindelijk leidde dit tot de vernietiging van het eerdere vonnis en de bevestiging van het besluit van het Uwv om de WAO-uitkering te herzien naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45%. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde tegen de herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.