ECLI:NL:CRVB:2005:AT4190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens prematuur bezwaar tegen herbeoordeling WAO-uitkering
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin haar bezwaar tegen het afkeuringspercentage van haar WAO-uitkering werd afgewezen als prematuur. De rechtbank had geoordeeld dat er geen besluit was genomen waartegen bezwaar kon worden gemaakt, en dat een dergelijk besluit ook niet op korte termijn te verwachten was.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat gedaagde geen inhoudelijk besluit heeft genomen over de arbeidsongeschiktheidsklasse van 55 tot 65%, en dat de aanzeggingsbrief van de arbeidsdeskundige niet als besluit kan worden aangemerkt. Daarom is het bezwaar prematuur ingediend en niet-ontvankelijk volgens artikel 6:10 Awb Pro.
De Raad sluit zich aan bij de rechtbank en benadrukt dat er geen omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat het bezwaar toch ontvankelijk wordt verklaard. Tevens wijst de Raad op de verplichting van gedaagde om spoedig een inhoudelijk besluit te nemen, zodat appellante haar grieven kan laten toetsen.
De Raad ziet geen reden om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar prematuur was ingediend.