ECLI:NL:CRVB:2005:AT4281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over hoogte korting en vrijstelling basispremie WAO 1998-1999
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal hoe de korting en vrijstelling van de basispremie ingevolge artikel 77b (oud) van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) over de premiejaren 1998 en 1999 berekend moest worden. De rechtbank Alkmaar had het beroep van de werkgever gegrond verklaard, omdat zij oordeelde dat ook de door arbeidsgehandicapten ontvangen WAO-uitkeringen via de werkgever tot het loon behoren waarover de premie wordt berekend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de basispremie over de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) verstrekte WAO-uitkeringen door het UWV zelf moet worden betaald en niet door de werkgever. Dit oordeel volgt uit eerdere rechtspraak van de Raad. Ook het beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel faalde.
Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad zag geen reden om af te wijken van het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De zaak werd behandeld door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 april 2005.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.