ECLI:NL:CRVB:2005:AT4284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.M. van Wechem
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking ondanks VAR-WUO in hoger beroep UWV
Appellant verrichtte van februari tot september 2002 administratieve ondersteuning bij de samenstelling van de jaarrekening en financieel management voor een werkgever. Ondanks het bezit van een Verklaring arbeidsrelatie (VAR-WUO) onderzocht het UWV de arbeidsrelatie en concludeerde dat sprake was van een dienstbetrekking vanwege loonbetalingsplicht, gezagsverhouding en persoonlijke arbeidsverrichting.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant tegen het UWV-besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij als ondernemer handelde en dat het UWV een dubbele bewijslast had, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de arbeidsrelatie kwalificeerde als een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
De Raad benadrukte dat afspraken over werktijden, uurtarief en werkplek duiden op gezag, ook al hield appellant zich niet strikt aan de werk- en rusttijden. De aanwezigheid van een VAR-WUO sluit een dienstbetrekking niet uit. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat verzekeringsplicht van rechtswege ontstaat en dit beginsel pas relevant is bij premieheffing.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV en wees het beroep van appellant af, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant een privaatrechtelijke dienstbetrekking had en wijst het beroep af.