ECLI:NL:CRVB:2005:AT4331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling korting op AOW wegens niet-verzekerde tijdvakken in Duitsland
Appellant stelde zich op het standpunt dat de korting op zijn AOW-pensioen en toeslag vanwege niet-verzekerde tijdvakken onterecht was toegepast. De korting betrof drie specifieke tijdvakken waarin appellant in Duitsland werkte en volgens hem verplicht verzekerd was. De Raad stelde vast dat appellant gedurende deze tijdvakken daadwerkelijk in Duitsland werkte en verplicht verzekerd was volgens de Duitse wetgeving.
De Raad oordeelde dat deze tijdvakken op grond van supra-nationaal recht en vaste jurisprudentie niet als verzekerde tijdvakken in de zin van de AOW kunnen worden aangemerkt. Daarnaast werd vastgesteld dat appellants echtgenote gedurende een van de tijdvakken in Duitsland woonde en niet verzekerd was in Nederland, waardoor de toeslag terecht werd gekort.
Het bestreden besluit werd deels vervangen door een nadere beslissing die de korting op toeslag met terugwerkende kracht verminderde, maar het beroep tegen deze wijziging werd ongegrond verklaard. De Raad veroordeelde de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nadere besluit ongegrond; de korting op AOW en toeslag is bevestigd.