ECLI:NL:CRVB:2005:AT4334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet als bestuurder van Service B.V. kon worden aangemerkt en dat zijn handtekening op inschrijvingspapieren vervalst zou zijn. De Raad volgde de rechtbank in de conclusie dat appellant middellijk bestuurder was via zijn rol als bestuurder van Holding, die statutair bestuurder was van Service B.V. in de relevante periode.
De Raad overwoog dat de gegevens uit het handelsregister in beginsel betrouwbaar zijn en dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de stelling dat hij zonder zijn medeweten als bestuurder is ingeschreven. Ook het ontbreken van aangifte of bewijs van vervalsing en de verklaring van de statutair directeur ondersteunen de conclusie van bestuurderschap.
De Raad bevestigde het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat appellant hoofdelijk aansprakelijk is voor de onbetaald gelaten premies werknemersverzekeringen over de periode 1 januari tot 1 november 1996. De uitspraak onderstreept het belang van het handelsregister als bewijsbron bij aansprakelijkheidsvaststelling en het ontbreken van bewijs voor vervalsing leidt tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellant als bestuurder voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen.