ECLI:NL:CRVB:2005:AT4455
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Eiser heeft in april 2000 een verzoek ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering te ontvangen op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn oorlogservaringen in Nederlands-Indië. Verweerster heeft dit verzoek afgewezen omdat, hoewel eiser getroffen is door oorlogsgeweld, hij geen blijvende lichamelijke of psychische invaliditeit heeft opgelopen zoals vereist volgens de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
De afwijzing is gebaseerd op medische adviezen van artsen verbonden aan de Pensioen- en Uitkeringsraad, waaronder een rapport van arts R.J. Roelofs en later een onderzoek door psychiater H.S.R. Witte. Deze deskundigen constateerden wel enige emotionele labiliteit en partiële PTSS, maar geen beperkingen die leiden tot blijvende invaliditeit in het dagelijks functioneren.
Eiser heeft bezwaar gemaakt en aanvullende verklaringen overlegd, waaronder een verklaring van psychotherapeut drs. D.H.D. Mac Gillavry, die sprak van dissimulatie. Desondanks heeft de Raad het medisch oordeel van de onafhankelijke psychiater Witte gevolgd, die de klachten als onvoldoende invaliderend beoordeelde.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig is voorbereid en dat er geen medische gronden zijn om het oordeel over het ontbreken van blijvende invaliditeit te verwerpen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er worden geen proceskosten aan partijen toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld.