ECLI:NL:CRVB:2005:AT4462
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering vervolgingsslachtoffers wegens ontbreken van vervolging
Eiser, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in juni 2003 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering en huishoudelijke hulp op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting moeilijke omstandigheden heeft doorgemaakt nadat zijn vader krijgsgevangen was genomen.
Verweerster heeft de aanvraag afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat eiser vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan. Ook waren de omstandigheden waaronder hij de oorlogsjaren doorbracht niet vergelijkbaar met vervolging, zodat hij niet met een vervolgde gelijkgesteld kon worden.
De Raad oordeelde dat eiser niet tijdens de bezetting van zijn vrijheid is beroofd en niet ondergedoken is geweest om vrijheidsberoving te ontlopen. De situatie van het gezin bood ook geen aanleiding tot vrees voor vrijheidsberoving. De discretionaire bevoegdheid om eiser met een vervolgde gelijk te stellen werd niet toegepast omdat de omstandigheden niet overeenkwamen met vervolging.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers blijft in stand.