ECLI:NL:CRVB:2005:AT4508
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Arbeidsverhouding en verplichte verzekering bij las- en loodgieterswerkzaamheden
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde dat gedaagde 1 vanaf medio 1999 las- en loodgieterswerkzaamheden verrichtte voor gedaagde 2 in een arbeidsverhouding die verzekeringsplicht meebrengt. De rechtbank Arnhem had dit afgewezen wegens het ontbreken van een gezagsverhouding, ondanks het aannemen van een persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetalingsverplichting.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de persoonlijke arbeidsverrichting en loonbetalingsverplichting aanwezig zijn en oordeelde dat wel degelijk sprake is van een gezagsverhouding. De Raad baseerde dit op het feit dat gedaagde 2 de verantwoordelijkheid droeg voor de werkzaamheden, aanwijzingen kon geven via een projectleider en dat de werkzaamheden integraal onderdeel waren van de bedrijfsvoering.
De Raad stelde vast dat gedaagde 1 telkens wanneer hij werkzaamheden verrichtte, in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stond tot gedaagde 2. Hierdoor is de verzekeringsplicht terecht aangenomen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: Er is sprake van een arbeidsverhouding met werkgeversgezag waardoor de verzekeringsplicht terecht is aangenomen.