ECLI:NL:CRVB:2005:AT4625
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Weigering WUV-uitkering wegens ontbreken vervolging en bijzondere omstandigheden
Eiseres, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Zij stelde dat zij tijdens de Japanse bezetting in een kamp te Modjopait had verbleven en later in een klooster onder kommervolle omstandigheden. Verweerster wees de aanvraag af omdat niet was vastgesteld dat eiseres vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet, noch dat zij in vergelijkbare omstandigheden verkeerde die een gelijkstelling rechtvaardigen.
De Raad stelde vast dat Modjopait geen interneringskamp was en dat er geen bewijs was voor verblijf in kamp Tjideng. Het verblijf in het klooster was vrijwillig en niet het gevolg van vrijheidsberoving door de bezetter. Ook het wegvoeren van de vader van eiseres was niet gepaard gegaan met excessief geweld en hij keerde terug na de oorlog.
De Raad oordeelde dat de omstandigheden waaronder eiseres de oorlog doorbracht niet vergelijkbaar waren met vervolging en dat het besluit van verweerster om haar geen uitkering toe te kennen terecht was. De discretionaire bevoegdheid tot gelijkstelling werd niet onredelijk toegepast. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.