ECLI:NL:CRVB:2005:AT4680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking AAW/WAO-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldigheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van 22 mei 2002 waarbij de intrekking van zijn AAW/WAO-uitkering uit 1993 werd gehandhaafd. Hij stelde dat bij de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheidsbeoordeling in 1993 de psychische beperkingen onjuist waren vastgesteld, wat volgens een recent psychiatrisch rapport van Oostveen uit 2002 anders bleek.
De bezwaarverzekeringsarts Vellinga betwistte dit rapport en concludeerde dat er geen wezenlijke verandering was sinds 1993, maar zijn bevindingen waren gebaseerd op een beperkte hoorzitting zonder nadere psychiatrische expertise. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was genomen, omdat de conclusies van de psychiater Oostveen niet voldoende terzijde konden worden gesteld zonder aanvullend onderzoek.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank die dit in stand hield. De Raad bepaalde dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, rekening houdend met de bevindingen in deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de AAW/WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.