ECLI:NL:CRVB:2005:AT4770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds oktober 1997 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%, na uitval wegens duizeligheidsklachten. De uitkering werd ingetrokken per 7 november 2000 omdat de mate van arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg.
De Raad baseerde zich op een onderzoek van zenuwarts Van Zandvoort uit augustus 2000, die concludeerde dat er geen psychiatrische ziekte of gebrek aanwezig was. Appellante voerde aan dat zij in augustus 2002 weer was gaan werken, maar dit moest staken vanwege spanningsklachten en opname bij GGZ Drenthe. Deze latere gebeurtenissen werden door de Raad niet relevant geacht omdat zij na de datum in geding plaatsvonden.
De Raad oordeelde dat de geringe lichamelijke beperkingen appellante niet belemmeren haar eigen administratieve werkzaamheden te verrichten. Er was geen aanleiding om het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering onjuist te achten. De uitspraak van de rechtbank Groningen werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende psychische beperkingen en een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.