ECLI:NL:CRVB:2005:AT4795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks afwijzing gebruik artrodesekoker
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55-65%. De Raad overwoog dat appellant sinds 1996 geadviseerd was een artrodesekoker te gebruiken, een relatief eenvoudig hulpmiddel dat zijn klachten aanzienlijk zou verminderen. Appellant weigerde dit hulpmiddel te gebruiken.
De deskundige Van Mechelen stelde dat appellant met gebruik van de artrodesekoker in staat zou zijn om de hem voorgehouden functies, zoals huishoudelijk hulp en medewerker schoonmaakdienst, uit te voeren. Het niet gebruiken van het hulpmiddel was een vrijwillige keuze die niet rationeel was en waardoor appellant geen aanspraak kan maken op een hogere arbeidsongeschiktheidsuitkering.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat de herziening van de WAO-uitkering terecht was vastgesteld op 55-65%. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering op 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd ondanks de weigering van appellant het hulpmiddel te gebruiken.