ECLI:NL:CRVB:2005:AT4837
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, vroeg een WAO-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid na uitval door hoofdpijn en psychische klachten. Gedaagde, het UWV, weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht na afloop van de wettelijke wachttijd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het oordeel van de psychiater Van Ittersum, die geen psychiatrische ziekte of gebrek vaststelde, doorslaggevend was. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef dit oordeel, ondanks aanvullende informatie over beperkingen bij werken onder tijdsdruk.
Appellant voerde onder meer aan dat het besluit onzorgvuldig was en dat de terugwerkende kracht van de weigering onrechtvaardig was. De Raad oordeelde dat de terugwerkende kracht samenhangt met de datum van de uitkeringsaanvraag en dat de beperkte overschrijding van de beslistermijn niet tot vernietiging leidt.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en acht het medisch oordeel en de zorgvuldige voorbereiding van het besluit voldoende grond voor de weigering van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.