ECLI:NL:CRVB:2005:AT4914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Nader besluit over WAO-uitkering kwalificeert als wijzigingsbesluit volgens Awb
Appellante, die arbeidsongeschikt is geraakt na een whiplash, kreeg haar WAO-uitkering herzien door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Na een eerste herzieningsbesluit van 5 september 2001 volgden een bezwaarprocedure en een nadere herziening op 28 mei 2002, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verhoogd naar 35 tot 45%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 5 maart 2002 ongegrond en het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het nadere besluit van 28 mei 2002 als wijzigingsbesluit in de zin van de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht moet worden gezien, waardoor de rechtbank had moeten oordelen over zowel het besluit van 5 maart 2002 als het nadere besluit.
De Raad vernietigde daarom het bestreden vonnis voor zover het hierover oordeelde, verklaarde het beroep tegen het besluit van 5 maart 2002 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het nadere besluit ongegrond. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
De Raad ging inhoudelijk in op de geschilpunten omtrent de maatmanarbeid, het maatmaninkomen, de beperkingen van appellante en de geschiktheid van de functies waarop de beoordeling was gebaseerd. De Raad vond de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% terecht en wees de bezwaren van appellante af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 5 maart 2002 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nadere besluit van 28 mei 2002 ongegrond.