ECLI:NL:CRVB:2005:AT5006
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering en bijzondere voorziening WUV
Eiser heeft in januari 2003 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering en bijzondere voorziening op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat zijn vader tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië was opgepakt en om het leven gebracht, terwijl het gezin onder moeilijke omstandigheden ondergedoken zat.
Verweerster heeft de aanvraag afgewezen omdat niet was aangetoond dat eiser zelf vervolging in de zin van de Wet had ondergaan, noch dat toepassing van artikel 3, tweede lid, van de Wet gerechtvaardigd was. De Raad stelde vast dat eiser niet was vrijheidsberovend behandeld door de vijandelijke bezetter en niet voldeed aan de nationaliteits- en territorialiteitsvereisten.
De Raad concludeerde dat de weigering om eiser met een vervolgde gelijk te stellen terecht was en dat het bestreden besluit in stand kon blijven. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de aanvraag blijft in stand.