ECLI:NL:CRVB:2005:AT5026
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiser, geboren in 1938 te Batavia, verzocht in mei 2003 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een uitkering op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan oorlogservaringen tijdens de Bersiap-periode in Nederlands-Indië. Verweerster wees het verzoek af omdat niet was gebleken dat eiser direct betrokken was bij beschietingen of oorlogsgeweld.
Eiser stelde in beroep dat zijn ervaringen voldoende waren bevestigd door getuigenverklaringen en dat een ruimhartige bewijslastbenadering moest gelden. De Raad stelde vast dat na de Japanse capitulatie het gezin van eiser vanuit kampong Kaja Poetih naar Tanah Tinggi was gegaan en later door Engelse soldaten naar het 10e Bataljon werd overgebracht. Eiser gaf zelf aan dat deze overbrengingen niet met beschietingen gepaard gingen.
De Raad oordeelde dat het 10e Bataljon een relatief veilige locatie was en dat eiser daar verbleef nabij het poortgebouw, een niet gevaarlijke plek. De overgelegde getuigenverklaringen waren te algemeen en boden onvoldoende duidelijkheid over de specifieke situatie van eiser. Zelfs met een ruimhartige benadering was onvoldoende komen vast te staan dat eiser door oorlogsgeweld was getroffen in de zin van de Wet.
Daarom kon het bestreden besluit standhouden en werd het beroep van eiser ongegrond verklaard. De Raad zag geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en wees het beroep af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van getroffen zijn door oorlogsgeweld.