ECLI:NL:CRVB:2005:AT5151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 45-55 procent
Appellant betwistte de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) en stelde dat het medisch onderzoek niet volledig was. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, revalidatiearts Blanken, die concludeerde dat de beperkingen van appellant juist waren beoordeeld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende rekening hield met het fysiologisch energetische aspect van zijn klachten, ondersteund door een contra-expertise van een inspanningsfysioloog.
De Raad overwoog dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige gevolgd moet worden, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. Er waren geen aanwijzingen dat het onderzoek van Blanken onvoldoende was. De Raad stelde vast dat het onderzoek van de inspanningsfysioloog niet op medische gronden was gebaseerd en dat alleen medici medische onderzoeksresultaten mogen beoordelen. Appellant bracht geen nieuwe objectieve medische gegevens in die twijfel konden zaaien over de vastgestelde belastbaarheid.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het Uwv om de WAO-uitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55 procent. Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd.
Uitkomst: De WAO-uitkering is terecht toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55 procent.