ECLI:NL:CRVB:2005:AT5161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-gemeld motorvermogen
Appellant ontving sinds 1996 een bijstandsuitkering. Na een onderzoek bleek dat hij vanaf 1996 en 1999 twee motoren bezat die niet waren gemeld, waardoor zijn vermogen de vrijstellingsgrens overschreed. Gedaagde trok de uitkering over de periode maart tot oktober 1999 in en vorderde de kosten terug.
Appellant stelde dat een motor onderdeel was van de woninginrichting en de andere aan een derde toebehoorde. De Raad zag geen reden om getuigen op te roepen en vond dat appellant onvoldoende bewijs leverde om de motoren buiten zijn vermogen te houden.
De Raad onderschreef de rechtbank dat het kentekenbewijs op naam van appellant de vermoeden wekt dat de motoren tot zijn vermogen behoren. Door het niet melden handelde appellant in strijd met zijn inlichtingenplicht. De intrekking en terugvordering waren terecht en de uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens niet-gemeld bezit van twee motoren.