ECLI:NL:CRVB:2005:AT5165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstandsuitkering wegens ontbreken rechtmatig verblijf
Appellant, van Marokkaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning op grond van de tijdelijke regeling witte illegalen, welke door de minister werd afgewezen. Tevens vroeg appellant een bijstandsuitkering aan bij de gemeente Hoorn, die werd geweigerd vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing van het bezwaar tegen de bijstandsweigering ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde vast dat appellant geen recht had op bijstand op grond van de Algemene bijstandswet omdat hij niet als vreemdeling met rechtmatig verblijf kon worden gelijkgesteld aan een Nederlander.
Ondanks de door appellant aangevoerde noodsituatie en de lopende vreemdelingenprocedure zag de Raad geen grond om hiervan af te wijken. Ook de mogelijkheid van bijstandsverlening wegens zeer dringende redenen werd verworpen. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijstandsuitkering wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.