ECLI:NL:CRVB:2005:AT5168
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als schuurder
Appellant, voormalig schuurder, kreeg een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, maar deze werd ingetrokken omdat hij geschikt werd geacht zijn eigen werk te verrichten. De Raad oordeelt dat de werkplek voldoet aan de Arbo-eisen met een goede vloer- en achterwandafzuiging en dat het overdrukgelaatsmasker voldoende verse lucht aanvoert, waardoor appellant in staat is zijn werkzaamheden te verrichten.
Appellant stelde dat hij door benauwdheid en onvoldoende werking van het masker zijn werk niet kan doen, maar de Raad vond dit niet aannemelijk. Medische rapportages en onderzoeken bevestigen dat appellant geschikt is voor zijn werk. De Raad zag geen reden af te wijken van de conclusie dat er geen sprake is van arbeidsongeschiktheid.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De zitting vond plaats zonder aanwezigheid van partijen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt wordt geacht zijn eigen werk te verrichten.