ECLI:NL:CRVB:2005:AT5181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken verminderd arbeidsvermogen
Appellante stelde in hoger beroep dat zij recht had op een WAO-uitkering omdat zij verminderd arbeidsgeschikt zou zijn door restverschijnselen van de ziekte van Lyme. De rechtbank had geoordeeld dat medisch onderzoek door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts geen objectief bewijs leverde van arbeidsongeschiktheid. De Raad overwoog dat alleen objectief medisch vastgestelde vermindering van arbeidsvermogen leidt tot recht op WAO.
Appellante voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was, omdat niet was onderzocht of haar klachten verband hielden met de ziekte van Lyme. Ook werd verzocht een externe deskundige te benoemen. De Raad oordeelde dat het eigen medisch onderzoek toereikend was en dat subjectieve klachten en verklaringen van natuurgeneeskundigen niet doorslaggevend zijn.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er was geen aanleiding voor het benoemen van een externe deskundige en geen grond voor een proceskostenveroordeling. Het beroep van appellante werd daarmee afgewezen.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van objectief medisch vastgestelde vermindering van arbeidsvermogen.