ECLI:NL:CRVB:2005:AT5183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichte verzekering minderheidsaandeelhouders als werknemers
In deze zaak staat de vraag centraal of minderheidsaandeelhouders die tevens directeur-bestuurder zijn van een vennootschap verplicht verzekerd zijn op grond van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat aan de vereisten van een dienstbetrekking is voldaan, met name het bestaan van een gezagsverhouding.
De minderheidsaandeelhouders konden tegen hun wil worden ontslagen of geschorst door de algemene vergadering van aandeelhouders, wat een sterke aanwijzing is voor gezagsuitoefening. De financiële verwevenheid tussen de vennootschappen en de verplichting tot het betalen van managementvergoedingen ondersteunen dit oordeel.
De Raad oordeelt dat er geen uitzonderingssituatie is waarin geen gezagsverhouding zou bestaan en dat de werkzaamheden persoonlijk zijn verricht zonder vervanging. De verzekeringsplicht geldt vanaf het moment dat de betrokkenen statutair bestuurder werden en daarvoor onder directiegezag stonden. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verplichte verzekering van minderheidsaandeelhouders als werknemers onder gezagsverhouding.