ECLI:NL:CRVB:2005:AT5231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitspraak over mate van arbeidsongeschiktheid in WAO-zaak
Appellant was het niet eens met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% door het UWV en vorderde een hogere indeling. Zijn werkgever betwistte juist dat appellant zo arbeidsongeschikt was. Beide partijen maakten bezwaar tegen het besluit van het UWV dat de uitkering toekende.
De rechtbank beperkte het geschil tussen werkgever en UWV tot de vraag of de arbeidsongeschiktheid lager was dan vastgesteld. Appellant trad op als derde partij en mocht alleen deze vraag aan de orde stellen, niet de vraag of de mate van arbeidsongeschiktheid hoger was dan vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellant alleen dat zijn arbeidsongeschiktheid hoger was dan vastgesteld, wat buiten de omvang van het geding viel. De Raad overwoog dat deze vraag niet aan de orde kon komen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep van appellant af.