ECLI:NL:CRVB:2005:AT5269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medisch onderzoek
Appellant, geboren in 1958 en voormalig expeditiemedewerker, kreeg sinds 1989 een WAO-uitkering wegens psychische klachten. Na herzieningen in 1991 en 1996 werd zijn uitkering verlaagd naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. In 2002 trok het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de uitkering in wegens onvoldoende bewijs van ziekte of gebrek.
Appellant bracht in hoger beroep een psychologisch rapport in dat spanningsklachten en negatieve faalangst constateerde, maar geen diagnose van ziekte stelde. Het UWV betoogde dat de klachten voortkomen uit de persoonlijkheid van appellant en niet uit een ziekte.
De Raad oordeelde dat het UWV zonder nader medisch onderzoek niet kon concluderen dat er geen sprake was van ziekte of gebrek. Daarom werd het besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij het betaalde griffierecht aan appellant werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende medisch onderzoek.