Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2005:AT5281

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/2571 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 15-25%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt toegelicht, maar zonder medische onderbouwing.

De Centrale Raad van Beroep heeft tijdens de zitting vastgesteld dat appellant in persoon aanwezig was, maar dat de wederpartij niet was verschenen. De Raad heeft het bezwaar van appellant beoordeeld en geoordeeld dat diens eigen niet-onderbouwde mening onvoldoende gewicht heeft. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Daarom heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te herzien gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Simon, met griffier M.F. van Moorst, op 29 april 2005.

Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.

Uitspraak

03/2571 WAO
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.
Bij besluit op bezwaar van 17 januari 2002 heeft gedaagde gehandhaafd zijn besluit van 23 april 2001, bij welk besluit gedaagde appellants uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 23 juni 2001 heeft herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
Bij uitspraak van 17 april 2003, nr. 02/379 WAO, waarnaar hierbij wordt verwezen, heeft de rechtbank Arnhem het beroep ongegrond verklaard.
Namens appellant is mr. A.C. Cornelisse, advocaat te Apeldoorn, van deze uitspraak in hoger beroep gekomen. Bij brief van 30 juni 2003 heeft appellant de gronden aangegeven waarop het beroep rust.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 8 april 2005, waar appellant in persoon is verschenen, terwijl voor gedaagde, na voorafgaand bericht, niemand is verschenen.
II. MOTIVERING
Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het in rubriek I omschreven besluit van 17 januari 2002 in rechte stand kan houden.
De rechtbank heeft die vraag in de aangevallen uitspraak bevestigend beantwoord.
De Raad oordeelt als volgt.
Hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd geeft de Raad geen aanleiding de aangevallen uitspraak voor onjuist te houden. Aan de eigen, niet met medische stukken onderbouwde, mening van appellant met betrekking tot zijn gezondheidstoestand kan de Raad niet dat gewicht toekennen dat appellant daaraan gehecht wil zien.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uit het voorgaande vloeit voort dat als volgt moet worden beslist
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. H.J. Simon in tegenwoordigheid van mr. M.F. van Moorst als griffier en uitgesproken in het openbaar op 29 april 2005.
(get.) H.J. Simon.
(get.) M.F. van Moorst.