ECLI:NL:CRVB:2005:AT5281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 80-100% naar 15-25%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt toegelicht, maar zonder medische onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep heeft tijdens de zitting vastgesteld dat appellant in persoon aanwezig was, maar dat de wederpartij niet was verschenen. De Raad heeft het bezwaar van appellant beoordeeld en geoordeeld dat diens eigen niet-onderbouwde mening onvoldoende gewicht heeft. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het besluit van het UWV om de WAO-uitkering te herzien gehandhaafd. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. Simon, met griffier M.F. van Moorst, op 29 april 2005.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.