ECLI:NL:CRVB:2005:AT5283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake WAO-uitkering wegens ontbreken procesbelang
Appellante is sinds 1 februari 1999 arbeidsongeschikt verklaard en ontvangt een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidsklasse van 55 tot 65%. Vanaf 1 maart 2000 werkt zij 20 uur per week in aangepast werk, waardoor haar uitkering is gekort naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering per 18 februari 2000 ongegrond verklaard. Appellante stelt in hoger beroep dat zij slechts 20 uur per week kan werken, maar erkent dat zij het niet oneens is met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid per genoemde datum.
De Raad oordeelt dat appellante geen rechtens relevant belang meer heeft bij de procedure, aangezien het geschil uitsluitend ziet op de situatie per 18 februari 2000 en zij de vaststelling van die datum niet betwist. Een toekomstige herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid blijft mogelijk, maar vormt geen grond voor het huidige beroep.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens relevant procesbelang.