ECLI:NL:CRVB:2005:AT5325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.G. Treffers
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening mate van arbeidsongeschiktheid na bezwaar tegen UWV-besluit
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV (voorheen LISV) om zijn uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% met ingang van 15 maart 2002.
De rechtbank Arnhem had eerder geoordeeld dat het UWV de belastbaarheid van appellant juist had vastgesteld, waarbij onder meer het standpunt van de behandelend cardioloog en de beperkingen in de geselecteerde functies werden betrokken. In hoger beroep heeft appellant opnieuw gewezen op het standpunt van de cardioloog en een psychologisch rapport overgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het psychologisch rapport geen aanwijzingen bevat dat appellant ernstiger beperkt is dan door de bezwaarverzekeringsarts is aangenomen. Ook is geen reden om het bestreden besluit op grond van de Algemene wet bestuursrecht te vernietigen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de arbeidsongeschiktheid naar 35-45%.