ECLI:NL:CRVB:2005:AT5332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dagloon bij WAO-uitkering en de vraag of onkostenvergoeding als loon geldt
De zaak betreft de vaststelling van het dagloon van gedaagde voor de berekening van zijn WAO-uitkering. Gedaagde stelde dat een vaste onkostenvergoeding en een eindejaarsuitkering van 5% in het dagloon moesten worden betrokken, evenals een hoger salaris op grond van een CAO van een vorige werkgever. De appellant had aanvankelijk een dagloon vastgesteld zonder de onkostenvergoeding mee te rekenen, maar wel met een eindejaarsuitkering van 5%.
De Raad onderzocht de arbeidsrelatie en de toepasselijke CAO's, waarbij bleek dat de overname van rechten en plichten uit de vorige CAO slechts gold voor de duur van die CAO. De aanvullende arbeidsovereenkomst en latere afspraken met de huidige werkgever maakten duidelijk dat de CAO niet langer van toepassing was voor loonsverhogingen. De Raad concludeerde dat de appellant terecht uitging van het loon zoals dat rechtens gold en niet van een hoger, niet-aangetoond loon.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat onvoldoende gegevens waren verzameld om het rechtens geldende loon vast te stellen, maar de Raad oordeelde anders en verklaarde het beroep ongegrond. De onkostenvergoeding werd niet als loon aangemerkt en de vaststelling van het dagloon was correct volgens de Raad.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het dagloon zonder onkostenvergoeding bevestigd.