ECLI:NL:CRVB:2005:AT5334
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vermogensbestanddelen bij berekening WUV-uitkering na schuld en levensverzekering
Eiseres, een vervolgingsslachtoffer met een WUV-uitkering, verzocht herziening van het vermogen dat in aanmerking wordt genomen voor haar periodieke uitkering. Zij wilde een schuld wegens verscheping naar Israël en een levensverzekeringsuitkering in mindering brengen.
De Raad stelt vast dat de schuld niet vóór de peildatum van 1 augustus 1987 is ontstaan en dat verweerster terecht geen coulance toepaste om deze schuld in mindering te brengen. De vermogensvermindering wegens een schadevergoeding aan de echtgenoot is correct toegepast vanaf de maand waarin het verzoek tot herziening werd ingediend.
Verder oordeelt de Raad dat de werkwijze van verweerster om slechts het deel van de levensverzekeringsuitkering mee te nemen dat niet is opgebouwd met de uitkering zelf, redelijk is en dat de nieuwe berekeningsmethode met rendement niet met terugwerkende kracht op deze zaak van toepassing is.
Het beroep op vergoeding van kosten van rechtsbijstand en renteschade wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard en geen toepasselijkheid van artikel 8:73 Awb Pro bestaat.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.