ECLI:NL:CRVB:2005:AT5381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Premie naheffing en boete na boekenonderzoek chemisch reinigingsbedrijf
Gedaagde exploiteert een chemisch reinigingsbedrijf en werd door de Belastingdienst onderzocht over de jaren 1995-1999. Uit het boekenonderzoek bleek dat verstrekte maaltijden aan werknemers niet waren verantwoord, wat leidde tot correcties op de loonbelastingaangiften. Het UWV nam deze bevindingen over en legde naheffingsaanslagen en boetes op.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van gedaagde gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, omdat het UWV volgens de rechtbank niet zonder nader onderzoek mocht uitgaan van het Belastingdienstrapport, mede omdat gedaagde stelde dat de maaltijden grotendeels aan uitzendkrachten waren verstrekt.
In hoger beroep stelde het UWV dat het rapport van de Belastingdienst definitief was en dat gedaagde de bewijslast droeg om aan te tonen dat maaltijden aan uitzendkrachten waren verstrekt. De Raad oordeelde dat het UWV terecht een redelijke schatting maakte op basis van het rapport, dat gedaagde onvoldoende bewijs leverde en dat het UWV niet gebonden was aan de fiscale verjaring.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het het UWV betrof en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het het UWV betreft.