ECLI:NL:CRVB:2005:AT5408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.M. van Maleen
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf 1972 een bijstandsuitkering die vanaf 1996 werd voortgezet naar de norm voor een alleenstaande. Appellant stond sinds 1976 als kostganger ingeschreven, waardoor maandelijks een bedrag werd ingehouden wegens het delen van woonkosten. Naar aanleiding van een anonieme tip onderzocht de gemeente Groningen de rechtmatigheid van de uitkering. De uitbetaling werd per 1 februari 2001 geblokkeerd en bij besluiten van 11 april 2001 en 9 augustus 2001 werd het recht op bijstand ingetrokken en teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder opgave daarvan.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling onterecht was afgewezen, waardoor schending van de hoorplicht (artikel 7:2 Awb Pro) en het recht op behoorlijke procesvertegenwoordiging (artikel 2:1 Awb Pro) had plaatsgevonden. De Raad vernietigde daarom de besluiten voor zover zij zagen op de blokkering, intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode 1996-2001.
De Raad bevestigde dat appellante en appellant een gezamenlijke huishouding voerden in de zin van de Algemene bijstandswet, maar vond dat appellanten voldoende gelegenheid hadden gehad hun standpunten naar voren te brengen. De rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten konden met toepassing van artikel 8:72 Awb Pro in stand blijven. Tevens werd de gemeente Groningen veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de hoorplicht en verklaart de beroepen gegrond, met in stand blijvende rechtsgevolgen en een proceskostenveroordeling.