ECLI:NL:CRVB:2005:AT5428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- OJ.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens bestaande arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering
Appellant is op 12 juni 2000 gestart als agrarisch medewerker en meldde zich op 2 juli 2000 ziek vanwege psychische klachten. De WAO-uitkering werd geweigerd omdat appellant binnen zes maanden na aanvang van de verzekering arbeidsongeschikt werd, wat gezien zijn gezondheidstoestand bij aanvang te verwachten was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad baseert zich op rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige die concluderen dat appellant bij aanvang van de verzekering al volledig arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts stelde een belastbaarheidspatroon vast met beperkingen vooral op psychisch gebied, en de arbeidsdeskundige concludeerde tot algehele arbeidsongeschiktheid. Appellants eigen verklaring over langdurige ziekte en behandeling bij de Riagg werd eveneens als betrouwbaar beoordeeld.
De Raad oordeelt dat gedaagde bevoegd was de uitkering te weigeren op grond van artikel 30, eerste lid, onder a, van de WAO en ziet geen reden om de wijze van toepassing van die bevoegdheid onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt met verbetering van gronden verworpen.
Uitkomst: De weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant bij aanvang van de verzekering reeds volledig arbeidsongeschikt was.